De Koog
Terug
Heden en verleden.
Omstreeks 1930 schreef de Kamer van Koophandel in Alkmaar: 'Wij twijfelen er niet aan, of binnen afzienbare tijd zal De Koog behoren tot de meest geliefde badplaatsen in ons land, omdat hier alle factoren aanwezig zijn, die een plaats voor vreemdelingen aantrekkelijk kunnen maken'. Men zal tot deze uitspraak gekomen zijn, omdat De Koog vrijwel direct aan zee ligt, slechts van het strand gescheiden door twee duinenrijen.
Lang voor de bloeiperiode als badplaats heeft De Koog een bloeiperiode als vissersdorp gekend. De naam De Koog ontleent het dorp aan de 'cooghen', de naam van inpolderingen in het begin van de 14e eeuw. Op zeer bescheiden schaal werden drooggevallen gebieden door lage dijkjes van de zee afgenomen. Vele malen werden deze 'cooghen' door de zee overstroomd, met als gevolg dat soms honderden schapen verdronken. Na iedere overstroming maakte men de dijken zwaarder om het gevaar van doorbreken sterk te beperken. Nu is van deze dijken niets meer zichtbaar; slechts de namen van gebieden en wegen, zoals Oude Dijkje en Everstekoog herinneren hier nog aan. Na deze droogmakingen kon het dorp ontstaan en zich als vissersdorp voorspoedig ontwikkelen.
Het belang van het dorp wordt het beste geïllustreerd door het feit, dat in 1514 Den Hoorn en De Koog, beide met 140 huizen, de op één na grootste dorpen waren na Den Burg met 188 huizen. Het verval van het dorp als vissersdorp werd in het begin van de 16e eeuw veroorzaakt door het verzanden van de diepere geulen, waardoor de vissersscheepjes het dorp niet meer konden bereiken. Zware stormen, gevolgd door overstromingen in 1559 en 1570 en het aanleggen van de zanddijk tussen het dorp en het eilandje Eierland in 1629/1630 bezegelden het lot van De Koog. Veel van de inwoners weken uit naar Den Hoorn, dat tot het tweede dorp van Texel uitgroeide. In 1622 telde De Koog nog maar 649 inwoners tegen Den Burg 1568 en Den Hoorn 1258 inwoners.

Maar ook hierna zette de achteruitgang van het dorp zich voort. De gasten van het in 1908 in De Koog geopende Badhotel (op de plaats van het huidige 'Prinses Juliana') zouden in 1921 zelfs niet meer dan elf huizen en de kerk terugvinden. Met de ontwikkeling van het toerisme zette de groei van het dorp echter weer in. De ontwikkeling tot badplaats heeft zich in een zeer snel tempo voltrokken. Als gevolg van enkele sociale maatregelen zoals het recht op een doorbetaalde vakantie (1948) en de vakantietoeslag nam het aantal vakantiegangers binnen enkele jaren sterk toe.
De Hervormde kerk midden in het centrum van De Koog is van oorsprong een uit 1415 stammende kapel. Waarschijnlijk is het in 1719, het jaartal in de muurankers, verbouwd tot haar huidige vorm. Samen met het huis ernaast vormt deze kerk het laatste restant van het De Koog van voor 1900.
Tegenwoordig is De Koog de badplaats van het eiland. In en rond het dorp bevinden zich naast accommodatie diverse voorzieningen voor toeristen, zoals een subtropisch zwemparadijs en een squashhal.