Oudeschild
Terug
Heden en verleden.
Het dorp Oudeschild ontstond aan het begin van de 17e eeuw uit een groepje huizen aan het einde van de Schilsloot. De Schilsloot was de vaart, waardoor met kleine bootjes de vaten drinkwater van de waterputten bij 'Brakestein' naar de wachtende schepen op de Rede van Texel vervoerd werden. Dit ijzerhoudende water was goed houdbaar en daarom geliefd bij de reders. Deze waterputten worden de 'Wezenputten' genoemd, omdat zij eigendom waren van het weeshuis in Den Burg, dat uit de verpachting van de waterputten enige inkomsten had.

Op de rede van Texel wachtten in die tijd dikwijls tientallen schepen op een gunstige wind om met een loods aan boord zee te kiezen. Het vertrek van de rede van Texel vormde het begin van vele ontdekkings-, oorlogs- en handelsreizen. Tijdens stormen gebeurden er wel eens ongelukken met de voor anker liggende schepen.
Een voorbeeld hiervan is de ramp die gebeurde op Kerstavond 24 december 1593. Tijdens een zware storm sloegen enkele schepen van hun ankers en sleepten daarbij vele andere schepen mee. In totaal gingen in deze nacht bijna 200 schepen ten onder.
Eén van de reders die schade ondervond van deze ramp, Roemer Visscher, vernoemde zijn in 1594 geboren dochter naar de ramp. Maria Tesselschade is bekend geworden als toonaangevende persoon in de Muiderkring.
Evenals in Den Hoorn vestigden zich in Oudeschild een groot aantal loodsen. De drukke scheepvaart in 17e en 18e eeuw droeg bij aan een sterke groei van het dorp dat oorspronkelijk 't Schilt heette. Al in de 17e eeuw ontstond nabij Oosterend nog een dorp dat voornamelijk bewoond werd door mensen die bij de scheepvaart betrokken waren. Dit nieuwe dorp noemde men Nieuweschild en het dorp 't Schilt kreeg de naam Oudeschild.
Nabij Oudeschild ligt het fort De Schans. Oorspronkelijk aangelegd om met zijn geschut het binnenvaren van het Marsdiep te beletten. In de 17e en 18e eeuw werd het fort enkele malen verbeterd, maar het bleef een primitief verdedigingswerk dat niet in staat bleek een aanval uit zee te keren. Onder Napoleon kwam 400 meter ten westen van De Schans het gesloten fort Redoute tot stand en 700 meter oostelijk van De Schans het van achteren open fort de Lunette. De Schans werd toen uitgebreid en verbeterd en kreeg de naam fort Central. In feite zijn de drie forten nooit voor de oorlogvoering gebruikt. Na afloop van de Franse bezetting raakten ze in verval.
Begin 20e eeuw werden de Redoute en de Lunette geheel en De Schans gedeeltelijk afgegraven. De vrijkomende grond werd gebruikt voor dijkverhoging. Het restant van het fort De Schans is recentelijk gerestaureerd.
Het gereedkomen van het Noordzeekanaal en het instellen van een Rijksloodsdienst in het midden van de 19e eeuw veroorzaakte een achteruitgang van het dorp Oudeschild en leidde tot het totale verval van Nieuweschild. Korte tijd later werden vrijwel alle huizen van Nieuweschild afgebroken. Veel voormalige loodsen vertrokken naar Den Helder en anderen werden weer visser van beroep. Omdat de concurrentie voor de loodsen altijd al groot was, hadden velen de visserij al als tweede bestaansbron benut. De visserij heeft altijd deel uitgemaakt van de bestaansmogelijkheden van Oudeschild. Sinds eeuwen probeert men met de producten van de Waddenzee een inkomen te verwerven. Afhankelijk van maatschappelijke veranderingen en economische ontwikkelingen in binnen- en buitenland gebeurt dit met wisselend succes. In de 18e eeuw ontdekte men de mogelijkheden van de oestervisserij in de Waddenzee. Een groot aantal vissers richtte zich hierop en haalde grote hoeveelheden oesters binnen. Het is waarschijnlijk deze overbevissing, maar misschien ook verandering in het milieu, die leidde tot het verdwijnen van de oesters uit de Waddenzee in de tweede helft van de 19e eeuw.
Mosselen waren er in overvloed, maar deze werden tot het einde van de 19e eeuw als minderwaardig voedsel beschouwd. Grote maatschappelijke veranderingen en de Eerste Wereldoorlog zorgden voor grote vraag naar dit volksvoedsel, onder andere uit Groot Brittannië en Duitsland. Vanuit Harlingen werden tientallen miljoenen kilo's verscheept. Het einde van de oorlog en overschakeling op ander voedsel deden de vraag naar mossels sterk verminderen, waardoor ook aan de bloeiperiode van de mosselvisserij een einde kwam.
Een geheel andere vorm van visserij, die in het midden van de 19e eeuw een bloeiperiode doormaakte, was de wiervisserij. Het wier, ook wel zeegras genoemd, werd bij laag water gemaaid en daarna naar de weilanden bij de waddendijk tussen Oudeschild en Nieuweschild vervoerd. Het wier werd daar een paar weken in de sloot gelegd, zodat het meeste zout er uit kon spoelen. Daarna werd het wier op de weilanden uitgespreid om te drogen en in de langs de dijk gebouwde wierschuren opgeslagen. Op het terrein van het Maritiem en Jutters Museum staat nog een voorbeeld van een dergelijke wierschuur. Het wier werd gebruikt bij de aanleg van dijken, als stopmateriaal op walvisvaarders (hiermee werden de gaten gedicht die door kruiend ijs in de schepen geslagen waren), als verpakkingsmateriaal en als vulling voor matrassen en fauteuils. In de jaren dertig van de 20e eeuw verdween het zeewier geheel uit de Waddenzee. Men vermoedde dat dit veroorzaakt werd door de aanleg van de Afsluitdijk (1932), maar volgens biologen was het zeewier onder invloed van de toenemende milieuvervuiling aangetast door een ziekte.
Het heeft tot 1780 geduurd voor Oudeschild na veel aandringen een eigen haven kreeg. Tot die tijd moest men kleinere schepen aan de dijk afmeren en grotere schepen op de rede voor anker leggen. Het is duidelijk dat hierdoor bij storm veel schade werd opgelopen. Als gevolg van oorlogen, slechte economische omstandigheden en veranderingen in de scheepvaart maakte de haven verschillende malen slechte tijden door. Zo had bijvoorbeeld de opening van het Noord-Hollands kanaal in 1825 tot gevolg dat de zeeschepen geen gebruik meer maakten van de haven. Het kwam zelfs zover, dat men de haven verkleinde om op die manier de onderhoudskosten te verlagen. De opkomst van de visserij - in 1890 waren al 170 blazers (kleine houten vissersschepen) geregistreerd - en de komst van de veerschepen van de Alkmaar Packet en de N.V. TESO (Texelse Eigen Stoomboot Onderneming) maakten een vergroting van de haven noodzakelijk. In 1890 vond een uitbreiding plaats met de Noorderhaven. Door de sterke groei van het toerisme in de jaren na de Tweede Wereldoorlog groeide de vloot van de veerdienst N.V. TESO in aantal en omvang, vooral voor het vervoer van de auto's van toeristen. Het vervoersaanbod groeide zo snel, dat er plannen werden ontworpen voor een nieuwe haven. Na een heftige strijd werd besloten de veerhaven naar 't Horntje te verplaatsen, waardoor de vaartijd tot de helft werd teruggebracht. De tegenstanders van de nieuwe haven vreesden een achteruitgang van Oudeschild. Omdat juist in die tijd de visserij een sterke groei doormaakte, is dit niet gebeurd.

De door het vertrek van de veerboten vrijgekomen ruimte werd al snel ingenomen door de vissersvloot. Deze ruimte dreigde door de steeds groter wordende schepen zelfs onvoldoende te worden. Na het gereedkomen van een werkhaven voor de dijkverhoging in 1973 kwam nieuwe kaderuimte beschikbaar.
In deze nieuwe haven is door de Watersportvereniging Texel later een jachthaven gerealiseerd. Omdat door de sterk gegroeide belangstelling voor de watersport deze jachthaven al snel veel te klein geworden was, werd naast de jachthaven een nieuwe havenkom voor de uitbreiding gegraven. Inmiddels is de haven in 2001 verder uitgebreid en is de jachthaven naar een nieuw gedeelte verplaatst. Waddenhaven Texel
Het witte Zeemanskerkje in Oudeschild, gebouwd in 1650, werd vooral bezocht door zeelieden die op de rede van Texel lagen. In 1740 werd de kerk vergroot. Het kerkje bezit drie mooie kroonluchters, waarvan de eerste geschonken werd door admiraal Cornelis Tromp. Michiel de Ruyter wilde niet onderdoen en schonk een nog grotere kroonluchter. De derde kroonluchter is waarschijnlijk afkomstig van de weduwe van Tromp. Daarnaast is de kerk in het bezit van een Tien-Gebodenbord uit 1651, geschonken door de Zaanse schipper Van Glaske. De R.K.-kerk van Oudeschild dateert uit 1894. De in 1917 gegoten klok verdween in 1943, maar werd in 1945 teruggevonden in Amstelveen.