vlag-engels vlag-duits
U bevindt zich hier: Mooi Texel | Historie | Cultuur
HomeVVV infoTexel A t/m ZMooi TexelVervoerVerblijfWinkelWat is er te doen op TexelHet weer

Cultuur

Onder andere door de relatief geïsoleerde ligging van het eiland zijn op Texel een eigen dialect en diverse specifieke gebruiken ontstaan. Veel gebruiken zijn inmiddels verdwenen, maar andere zijn nog springlevend. Vooral in de winter is er veel activiteit op cultureel gebied; er zijn bijvoorbeeld meer dan tien amateurtoneelverenigingen actief.

Ouwe Sunderklaas
Een voorbeeld van zo'n springlevende traditie is 'Ouwe Sunderklaas' dat elk jaar op 12 december door de Texelaars gevierd wordt. De kinderen gaan 's middags, de ouderen 's avonds verkleed en gemaskerd de straat op om op humoristische wijze zaken aan de kaak te stellen die in dat jaar op het eiland voorgevallen zijn. Hiervoor worden borden met tekst gebruikt en wordt om herkenning te voorkomen met verdraaide stem gesproken. Na dit zogenaamde 'speulen' wordt het feest tot in de kleine uurtjes voortgezet in de cafés. Oorspronkelijk vond het feest in de huiskamers plaats; alleen in De Cocksdorp gebeurt dit tegenwoordig nog. Het ontstaan van Ouwe Sunderklaas wordt gezocht in de Germaanse midwinterfeesten, die gevierd werden om demonen te verdrijven en de lange donkere winteravonden te onderbreken. Slechts de naam zou afgeleid zijn van het Sinterklaasfeest.

Meierblis
Elk jaar op 30 april worden tegen zonsondergang op diverse plaatsen op Texel de zogenaamde 'Meierblissen' aangestoken. In de weken voorafgaand hieraan wordt door kinderen brandbaar materiaal verzameld. Het bijeengebrachte materiaal wordt op 30 april aangestoken, waarbij de aanwezigen rondom het vuur staan en aan ijzerdraad geregen aardappelen poffen. De kinderen smeren elkaar met roet in. De 'Meierblis' vormt een vreugdevuur, waarmee de komst van de lente en het licht gevierd wordt. 'Blis' is het Texelse woord voor vuur.

Dialect
Van oorsprong wordt op Texel dialect gesproken. Texelaars spreken overigens niet van Texel, maar zeggen 'Tessel'. Ook een woord als deksel wordt uitgesproken als 'dessel'. In het 'Tessels' zijn invloeden uit diverse vreemde en oude talen merkbaar. In de gezegden in Texels dialect, de zogenaamde sééggies, valt vooral de invloed van de schapenhouderij en de visserij op. Zo zegt men bijvoorbeeld van iemand die doelloos heen en weer loopt, dat 'Hee lóópt os een mál skéép' (Hij loopt als een mal schaap). Tegenwoordig wordt het dialect nauwelijks meer gesproken.

Klederdracht
De Texelse klederdracht bestond voor vrouwen uit een jak, een lange geplooide rok en een Texelse kap. Voor de mannen heeft eigenlijk geen echte klederdracht bestaan; men kleedde zich op dezelfde manier als de mannen elders in het land. De Texelse kap bestaat uit een oorijzer met daarover kant, dat aan de onderzijde geplooid is. Afhankelijk van de rijkdom van de eigenaresse was het oorijzer van tin, zilver of goud. De versiering van de kap bestond uit aan beide zijden zilveren of gouden zijnaalden en kapspelden. Bovendien werden aan beide zijden van het voorhoofd 'toertjes', kunstlokken van mensenhaar, bevestigd. Tenslotte werd de voornaald op het voorhoofd aangebracht; bij gehuwde vrouwen links en bij ongehuwde vrouwen rechts. In het midden van de 18e eeuw werden op Texel al kappen gedragen. Pas later werd het grote oorijzer aan de kap toegevoegd. De Texelse klederdracht wordt al lang niet meer gedragen. Alleen in de Oudheidkamer en tijdens de folkloristische markten in het zomerseizoen is nog te zien hoe men zich in vroeger tijden kleedde.