Voorjaar op Texel
In het voorjaar huppelen zo’n 11.000 lammetjes door de Texelse weiden. Texel is een echt schapeneiland: er wonen ongeveer evenveel schapen als mensen, bijna 14.000. De schapen worden gefokt op kleinschalige, extensieve boerderijen op het glooiende ‘oude land’ van Texel. Dat maakt een fiets- of wandeltocht door dit unieke landschap met zijn schapenboeten en tuunwallen nóg specialer.
De lammerij: een drukke tijd
De boeren weten vrij nauwkeurig wanneer de lammetjes worden geboren. De draagtijd is namelijk precies vijf maanden min vijf dagen na de dekking. In maart komt de lammerij goed op gang. Dat is een drukke tijd, want het Texelse schaap moet intensief worden begeleid bij het lammeren. Ook ’s nachts checkt de boer of boerin de dieren dus regelmatig. Sommige boeren slapen zelfs in de stal om alles goed in de gaten te kunnen houden. En voor het geval dat een keizersnede moet worden uitgevoerd, is er een ‘operatiekamer’ voor de dierenarts beschikbaar in de vorm van een tafel onder een lamp.
Na de geboorte wordt de moeder een paar dagen met haar lammeren in een hokje gezet om haar goed te laten wennen aan de geur van haar kinderen. Daarna mogen ze naar buiten, en kunnen de lammeren ‘afharden’. Ze kunnen goed tegen kou. Texelse schapen hebben veel aanpassingsvermogen en lopen jaarrond buiten. De boeren controleren de dieren wel minstens één keer per dag, ook buiten de lammertijd.
Pleegmoeders
Een schaap heeft twee spenen. Bij de geboorte van een drieling is dat er één te weinig. Veel boeren proberen dan één lam ‘over te wennen’. Het gaat dan naar een ander moederdier dat een speen over heeft. Dat kan eventueel ook een geit zijn. Het lam kan ook aan de ‘lam-bar’ worden gezet. Dit is een soort melkautomaat met spenen.
Wanneer een schaap vermoedelijk zwanger is van maar één lam, wordt bij de bevalling het vruchtwater opgevangen. Daarmee wordt het lammetje dat een pleegmoeder nodig heeft ingesmeerd, om te zorgen dat zij het diertje accepteert. Dit kan eventueel ook met zout water worden gedaan.
Oormerk
Alle lammeren krijgen een geel label in het oor met het oornummer, dat zij hun hele leven blijven dragen. Dit is nodig voor de identificatie en registratie van de dieren. Zonder oornummer mogen schapen niet verkocht, vervoerd of geslacht worden, om te voorkomen dat dierziekten zich verspreiden.
Schapen in de Slufter
Het glooiende Hoge-Berggebied tussen Den Burg en Oudeschild is het schapengebied bij uitstek. Opvallend zijn hier de schapenboeten en tuunwallen. Schapenboeten zijn asymmetrische schuren die met de achterkant naar de overheersende zuidwestenwind staan. Tuunwallen zijn perceelafscheidingen gemaakt van graszoden, die aan de Engelse ‘hedges’ doen denken.
Ook op andere plaatsen op Texel zie je schapen, onder andere op de dijken. Hun hoefjes verstevigen de structuur van de dijk. Zelfs in de Slufter lopen schapen. Aangezien dit gebied enkele malen per jaar geheel onder water staat, moet de eigenaar van de dieren heel goed in de gaten houden wanneer hij ze daar weg moet halen.
De leukste lammetjesroutes vindt u in de uitgave ‘Fiets- en wandelroutes’ van VVV Texel. Met name de Zuid- en Oostroute zijn daarvoor heel geschikt.