Stolpboerderijen, tuinwallen en kolken
Stolpboerderijen hebben de vorm van een piramide. Het dak is aan alle vier de zijden schuin aflopend, zodat de, op Texel bijna altijd aanwezige, wind weinig grip op het gebouw krijgt. Oorspronkelijk bestonden de boerderijen alleen uit de piramidevormige stolp. Hierin was zowel het woongedeelte als het gedeelte voor het vee gevestigd. Later werd het woongedeelte aan de stolp gebouwd, waardoor het woongedeelte meer van het werkgedeelte werd afgescheiden.
De tuinwal is een uit graszoden opgebouwde wal, die dient als afscheiding van het perceel. Op geen enkele andere plaats in Nederland komen dergelijke wallen meer voor. Op Wieringen stonden ze in het verleden wel, maar deze zijn nu praktisch verdwenen.
De tuinwal is steil en onbeplant. De wallen in het land van Vollenhove in de provincie Overijssel lijken op de Texelse tuinwal. Ook daar zijn ze betrekkelijk smal en vrij steil. De constructie is echter heel anders, terwijl ze door hun beplanting met meidoorn en sleedoorn een ander aanzien hebben. De tuinwallen zijn waarschijnlijk ontstaan na de opheffing van de 'overalweiding'; het gebruik van de gemeenschappelijke weidegronden. Deze opheffing vond rond 1640 plaats en bracht de noodzaak met zich mee afgescheiden percelen te creëren. Doordat het in glooiend terrein niet mogelijk is sloten aan te leggen, ontstonden de tuinwallen.
In de loop der jaren spoelt de regen de voedingsstoffen uit de tuinwal en ontstaat een arme bodem, waarop bijzondere planten groeien, zoals grasklokjes en Engels gras. In de hiernaast staande tekening wordt de oorspronkelijke opbouw van de tuinwal weergegeven. De tuinwallen die tegenwoordig gemaakt worden, hebben echter een heel andere constructie. De zoden worden nu eenvoudig op elkaar gestapeld.
Op het 'oude land' van het eiland bevinden zich in veel weilanden drinkpoelen, de zogenaamde 'kolken'. Deze kolken zijn aangelegd als drinkwatervoorziening voor het vee. Het eiland is namelijk erg droog en het slootwater is vaak enigszins brak. De kolken zijn vergaarbekkens voor zowel regen- als welwater. Door het flauw aflopende talud kunnen de dieren zonder gevaar uit de kolken drinken. Tevens is de kolk van biologisch belang, het is de ideale stek voor zowel planten als kleine waterdieren.
Veel akkerbouwers dempen de kolken, omdat deze lastig zijn bij het verbouwen van de gewassen. Om deze ontwikkeling tegen te gaan, is ook voor het behoud van de kolken een subsidieregeling in het leven geroepen.